Bijzondere verrichting; achteruitrijden in een rechte lijn

*geschreven met wat hulp van ai

Tijdens je examen moet je achteruit kunnen rijden in een rechte lijn, parallel aan de wegkant. Vaak is dat een stoeprand. Dat moet gebeuren over een afstand van twintig meter. Deze opdracht kan worden uitgevoerd tijdens het rijexamen. De examinator kan dan controleren of jij in staat bent de bediening van het voertuig goed te beheersen en ondertussen het verkeer om je heen goed in de gaten te houden. Alle andere weggebruikers moeten immers tijdens elke bijzondere verrichting voorgaan!

Stappenplan: Zo voer je de opdracht uit

Stap 1: Veilig stoppen

Stop op de juiste wijze aan de kant van de rijbaan met een tussenruimte van dertig tot vijftig cm.

Op de juiste wijze stoppen

Stap 2: De controle rondom

Voordat je überhaupt achteruitzet, doe je een grondige controle rondom. Je kijkt of de weg echt vrij is. Vergeet niet dat alle andere weggebruikers tijdens elke bijzondere verrichting voor moeten gaan. Kijk ook geregeld om je heen tijdens het uitvoeren van deze bijzondere verrichting.

Stap 3: Snelheid en koppeling doseren

Zet de auto in zijn achteruit. Je snelheid regel je door de koppeling slippend te houden: laat de koppeling iets opkomen voor wat meer snelheid en duw de koppeling weer wat naar beneden voor wat minder snelheid.

​Eventueel kun je je andere voet bij de rem houden om indien nodig snel te kunnen reageren. Let wel op: houd je voet tijdens het rijden nooit continu op het rempedaal. Rijd je in een automaat? Dan houd je juist wel de rem slippend om je snelheid te controleren.

Stap 4: Koers houden

Houd de stoeprand goed in de gaten en stuur subtiel bij over die twintig meter, zodat je netjes parallel en in een rechte lijn blijft rijden.

Kijk goed om je heen

Stap 5: De afstand

Na ongeveer 20 meter geeft de examinator aan—of je instructeur, als je nog aan het oefenen bent—dat je mag stoppen. Rijd dan weg op de juiste wijze.

Veelgemaakte fouten

  • Ander verkeer te laat opmerken: Gevolg is dat je ander verkeer niet op tijd kunt voor laten gaan en niet meer op tijd kunt stoppen.
  • Niet op de juiste wijze stoppen: Veel leerlingen zijn al in gedachten bij het uitvoeren van de opdracht en vergeten dan bijvoorbeeld goed om zich heen te kijken of de richtingaanwijzer te gebruiken voor het stilstaan.
  • Te snel of juist te langzaam rijden: Gevolg hiervan is dat je te weinig tijd hebt voor stuurcorrecties, of dat andere weggebruikers last van je krijgen.
  • Niet gedoseerd sturen: Hierdoor kunnen stuurcorrecties te groot worden. Het gevolg is dat je ineens midden op de weg uitkomt of juist tegen de wegkant aanrijdt.
Stuur gedoseerd
  • Richtingaanwijzer aan laten: Tijdens het achteruitrijden is dit niet nodig.
  • Veilig wegrijden volgens de procedure vergeten: Omdat er tijdens het wegrijden in het hoofd al een evaluatie van de oefening plaatsvindt, wordt de wegrijprocedure nog wel eens afgeraffeld.

Succes op het rijexamen!

Achteruitrijden in een rechte lijn is vooral een kwestie van rust bewaren, goed blijven rondkijken en je snelheid laag houden. Bedenk dat de examinator geen wonderen verwacht, maar gewoon wil zien dat jij de controle hebt én houdt over de auto en de verkeerssituatie. Oefen het goed tijdens je rijlessen, dan komt dat helemaal goed op je examen!