Voorafgaand aan een TTT of praktijkexamen bij het CBR zal de examinator je altijd een aantal controlevragen stellen over de auto. Deze vragen zijn vooral bedoeld om een beetje het ijs te breken en de spanning weg te nemen. Daarom zal er dus geen enkele kandidaat zakken of de vrijstelling niet halen als je geen antwoorden weet. Kun je echter geen enkele vraag beantwoorden, dan werkt zo’n gesprekje juist averechts en zal de spanning alleen maar oplopen!

Daarom van De Rijmeester deze informatie, zodat je zelf alle antwoorden weet of kunt bedenken.

Bandencontrole

Als automobilist heb je de taak om het verkeer veilig te houden. Daarom ben je ook verplicht je auto in goede conditie te houden. De banden horen daar uiteraard ook bij.

Eens per maand is het de bedoeling dat je de volgende zaken controleert:

  1. Bandenspanning
  2. Profieldiepte
  3. Beschadigingen
  4. Aanwezigheid van het ventieldopje

Hoe en waarom?

Deze vier zaken zijn belangrijk om voor elkaar te hebben, omdat het goed voor de veiligheid is. Maar dat niet alleen, ook is het milieu/brandstofgebruik in het geding op het moment dat een van de zaken niet in orde is.

Bandenspanning

De bandenspanning die niet juist is, leidt tot overmatige slijtage, slechte wegligging en een te hoog brandstofverbruik. Deze kun je bijvoorbeeld controleren bij een tankstation. De werkwijze van de apparaten is zo verschillend dat ik daar verder niet op in ga.

De juiste bandenspanning hangt af van welke auto je hebt en staat altijd in het instructieboekje. Deze wordt weergegeven in bar en zit meestal tussen de 2 en 3. Ook zit er meestal een sticker in de deurstijl of in het brandstofklepje.

Profieldiepte

Het profiel van een autoband is om bij regen het water dat zich tussen de band en het wegdek bevindt, af te kunnen voeren. Als dit profiel te ondiep is, kan het water niet goed weg. Daarom is er een wettelijk minimum diepte opgesteld. Deze is 1,6 mm. 

In het profiel van autobanden zijn kleine indicatoren aangebracht, die gelijk zijn aan bovengenoemde diepte. Is de band gelijk afgesleten met de indicatoren, weet je dat de band versleten is en vervangen moet worden. Voor een winterband zijn de regels gelijk, maar omdat een winterband juist voor extra grip moet zorgen bij slechte weersomstandigheden, wordt een profieldiepte van 4 mm of meer aangeraden

Beschadigingen

Door het raken van een stoeprandje of door over een scherp voorwerp te rijden, kan de band beschadigd raken. Het is belangrijk dat je dan ook regelmatig het loopvlak, maar ook de beide zijkanten goed controleert op beschadigingen. Deze zorgen voor zwakke plekken op de band en kunnen zorgen voor een klapband. Dat gebeurt altijd op een moment dat je juist niet wilt, namelijk op het moment dat de luchtdruk in de band het hoogst is. En dat is dan juist als de band het warmst wordt, dus op de autoweg of autosnelweg. Wanneer wil je nu echt GEEN klapband? Juist, als je erg snel rijdt!