Voorafgaand aan een TTT of praktijkexamen bij het CBR zal de examinator je altijd een aantal controlevragen stellen over de auto. Deze vragen zijn vooral bedoeld om een beetje het ijs te breken en de spanning weg te nemen. Daarom zal er dus geen enkele kandidaat zakken of de vrijstelling niet halen als je geen antwoorden weet. Kun je echter geen enkele vraag beantwoorden, dan werkt zo’n gesprekje juist averechts en zal de spanning alleen maar oplopen!

Daarom van De Rijmeester deze informatie, zodat je zelf alle antwoorden weet of kunt bedenken. Lees hier nog meer tips voor het doen van je rijexamen.

Weet hoe de verlichting van de auto waarin je rijdt, moet worden bediend. Verlichting van de auto is bedoeld om de bestuurder (jij dus) meer zicht te geven én om jouw auto voor andere weggebruikers beter zichtbaar te maken.

 

Soorten verlichting

De auto’s die tegenwoordig van de lopende band rollen, zijn naast de reguliere verlichting als stads-, dim- en grootlicht bijna allemaal uitgerust met automatische verlichting en dagrijverlichting.

Verlichting is gemaakt om beter gezien te worden en om de bestuurder meer zicht te geven, maar het gebruik daarvan is wel aan enkele regels gebonden.

Stadslicht, ook wel parkeerlicht genoemd, is verplicht bij parkeren buiten de bebouwde kom bij nacht. Nacht is trouwens volgens de verkeerswet de periode tussen zonsondergang en zonsopgang.

Dimlicht moet worden gevoerd bij slecht zicht overdag en bij nacht.

Groot licht

Groot licht mag alleen ‘s nachts aan en is nooit verplicht. Het is verboden groot licht aan te hebben als je een andere weggebruiker tegenkomt of achterop komt die door jouw verlichting verblind kan worden.

Mistlicht mag je alleen aan doen bij slecht zicht door regen sneeuw of mist (voor) of bij minder dan vijftig meter zicht door sneeuw of mist (achter).

Dagrijverlichting is verlichting die bij het starten van de auto gelijk brandt, meestal is dan door de fabrikant voor led-lampen gekozen, omdat deze veel energiezuiniger zijn en de levensduur een stuk langer is. In tegenstelling tot de andere soorten verlichting, brandt aan de achterkant van de auto vaak geen verlichting.

 

Automatische verlichting

Een van de functies van moderne auto’s is automatische verlichting. Wanneer deze functie is ingeschakeld, hoef je zelf niet te bepalen wanneer je je dimlicht inschakelt. Een sensor meet de hoeveelheid licht en als deze te laag is, wordt de verlichting ingeschakeld. Let wel op dat de bewuste sensor meestal geen slecht zicht door weersomstandigheden meet! Als het dus slecht weer is, moet je zelf dimlicht inschakelen, vergeet dat niet!

 

Eigenschappen Wanneer wel? Wanneer niet?
Dagrijverlichting Zichtbaarheid vergroten

Achter brandt niets!

Mag altijd Mag altijd
Stadslicht (parkeerlicht) Duidelijk zichtbaar, maar niet genoeg om zelf profijt van te hebben Parkeren bij nacht buiten de bebouwde kom verplicht Bij nacht tijdens het rijden
Dimlicht Vergroot de zichtbaarheid

Je kunt zelf meer zien

Bij nacht en slecht zicht door weersomstandigheden verplicht Mag altijd
Groot licht Vergroot het zicht voor de bestuurder bij nacht Alleen bij nacht Bij het naderen van een andere verkeersdeelnemer die kan worden verblind
Mistlicht voor Betere zichtbaarheid bij slechte weersomstandigheden Slecht zicht door weersomstandigheden (regen, mist of sneeuw) Goed zicht
Mistlicht achter Betere zichtbaarheid bij slechte weersomstandigheden Minder dan 50 m zicht (alleen mist of sneeuw) Goed zicht